Drie dingen

Ed Groot schetst in het FD wel een zeer romantische tijd toen jongeren in de jaren tachtig van de vorige eeuw nog konden ‘kiezen’ voor een sociale huurwoning of voor premiekorting pp een koopwoning. Ook in de jaren na de rookbommen rond de kroning van Beatrix bestonden lange wachtlijsten voor huurwoningen. Mijn ouders moesten in 1976 voor hun eerste koopwoning in Bilthoven een hypotheek nemen met een (weliswaar volledig aftrekbare) rente van maar liefst 12%. Om die hypotheek te kunnen afsluiten nam de bank de gehele doopceel van mijn ouders door. Een hypotheek krijgen was een gunst.
Twintig jaar later, zo in de mid nineties, waait er bij de Nederlandse banken een andere wind. Een wind die afkomstig is van de grote zakenbanken in het VK en VS die erin slagen veel meer winst te maken dan met het aloude bankbedrijf van kort lenen en lang uitzetten waar we in ons land om bekend stonden. Nieuwe financiële instrumenten en massale geldschepping deden hun intrede. Accountmanagers van banken werden aangemoedigd om veel woninghypotheken aan de man of vrouw te brengen.

De onderlinge concurrentie in combinatie met de steeds lagere marktrente leidden tot een enorme kapitaalsinstroom waar niet tegen op viel te bouwen. Het gevolg zien we tot op de dag van vandaag: letterlijk huizenhoge woningprijzen. En Groot heeft gelijk: kapitaal kwam boven arbeid.

Dat valt niet snel terug te draaien. Ondanks de strengere hypotheekregels vanaf de eeuwwisseling stijgt elk jaar de totale hypotheeksom op de activazijde van de bankbalansen. Nu dankzij een niet te versmaden trigger: de almaar dalende marktrente. Zo blijft de maandelijkse hypotheeklast ‘draagbaar’. Gevolg: huizenprijzen blijven doorstijgen terwijl het aanbod aan geschikte huizen opdroogt, geheel volgens de oorzaken die Groot heeft aangekaart.

Wat staat ons te doen? De hypotheekmarkt valt kennelijk niet te sturen, dus is het zaak om te focussen op het vergroten van het woningaanbod. De terugkeer van een woningminister voor nationale regie in het nieuwe kabinet is één. Twee: een miljoen woningen zijn helemaal niet nodig. Fiscale stimulering om meer eenpersoonshuishoudens met elkaar te laten samenwonen kan wel eens meer zoden aan de dijk zetten evenals het afschaffen van de kostendelersnorm in de bijstand. Drie: opbrengst verhuurderheffing niet in een fonds maar terug naar de corporaties. Die weten precies waar nieuwe woningen moeten komen en geef ze ook de ruimte om middeldure huurwoningen te bouwen. Sociale huurwoningen zijn er al meer dan genoeg.

Gepubliceerd door Rogier Hentenaar

Bedrijfseconoom, journalist, opiniemaker, huisman, vastgoedbelegger en investeerder in start ups.

Plaats een reactie