Er zullen maar weinig mensen zijn die zoveel drek en bagger over zich heen hebben gekregen als Hugo de Jonge in de afgelopen anderhalf jaar. Als corona-minister staat hij symbool voor de onhandige aanpak van de pandemie. Gek genoeg denk ik dat hij geknipt is als gloednieuwe woningminister in het komende vierde kabinet Rutte. Hij heeft er de juiste eigenschappen en bagage voor.
Vooropgesteld dat ik geen fan ben van De Jonge. Hij heeft naar mijn idee (te) veel fouten gemaakt in zijn rol als minister van Volksgezondheid. Zijn grootste blunder vond ik dat hij afgelopen zomer de jongeren aanspoorde om het Janssen -vaccin te nemen zodat die met een QR-code direct aan het uitgaansleven konden deelnemen, niet wetende dat het vaccin een paar weken nodig heeft om werkzaam te zijn. Het gevolg weten we: talloze jongeren raakten besmet, ook mijn oudste zoon. Juristen zijn nog steeds aan het overleggen met elkaar of hier sprake is van schending van de zorgplicht.
Ogenschijnlijk is het verrassend dat De Jonge aan een nieuw kabinet deelneemt. Menig minister zou na bijna twee uitputtende pandemiejaren de handdoek in de ring hebben gegooid. Niet De Jonge, als bewijs van trouwe dienst en blijkbaar met onuitputtelijke energie, mag hij als kersverse woningminister de crisis in de woningmarkt gaan oplossen.
Kaliber
Eerlijk gezegd had ik verwacht dat Rutte voor de woningmarkt met een vakinhoudelijke specialist zou komen van het kaliber Peter Boelhouwer of Johan Conijn, net zoals de zwaargewichten Robbert Dijkgraaf op (wetenschappelijk) Onderwijs en Ernst Kuipers op Volksgezondheid zijn gezet.
Doordenkend is De Jonge op Wonen zo gek nog niet. Hij beschikt over een heel belangrijke eigenschap die essentieel is voor deze post: hij heeft ‘Ausdauer’ wat zoveel wil zeggen dat hij veel uithoudingsvermogen heeft en immuun is gebleken voor alle kritiek op zijn functioneren. Hij is sinds de start van de pandemie in maart 2020 overeind gebleken en heeft onvermoeibaar de vaak sombere boodschap van het OMT – in meerdere versies – uitgedragen.
Daarnaast steunt De Jonge vooral op hogere overlegorganen zoals het OMT. Afgezien van een paar missers zoals Dansen met Janssen, verwijst hij onophoudelijk naar dergelijke besluiten. Dat is zeer nuttig bij zijn nieuwe post. Ik verwacht dat voor het uitvoeren van de woningparagraaf van het coalitieakkoord 2021-2025 – zie ook mijn eerdere blog – eveneens een overlegorgaan van OMT-kaliber wordt opgetuigd waarbij De Jonge de uitkomsten daarvan mooi kan uitdragen. Zonder dat hij steeds een andere draai aan moet geven.
Buitenspel
Wat ook gunstig is dat De Jonge in zijn eerdere leven leraar op een basisschool was. Laten basisschoolleraren nu een belangrijke doelgroep zijn die in de grote steden buitenspel zijn gezet omdat voor hen geen woningen zijn. Wellicht is De Jonge zijn bakermat niet vergeten en kan hij zich inleven in de woonwensen van zijn vroegere collega’s.
De Jonge is iemand die niet achter zijn bureau blijft zitten, maar gaat minstens twee keer per week op werkbezoek. Dat zal hij blijven doen. Ik verwacht dat hij continu bij corporaties, grondbedrijven, vastgoedbeleggers, makelaars, ontwikkelaars en bouwers langsgaat om zijn oren te luister leggen.
Stressbestendig
In mijn vorige blog sprak ik de wens uit voor stressbestendige vakidioot op Wonen. Die wens is voor de helft verhoord, De Jonge is wel stressbestendig maar een vakidioot is hij niet. Toch heeft hij genoeg andere eigenschappen om zijn nieuwe rol als woningminister goed in te vullen. Als het meezit, zullen we hem ooit herinneren als de woningminister die eindelijk de koe bij de horens heeft gevat en vergeten we dat hij ooit minister van Volksgezondheid was.
Copyright foto Richard Broekhuijzen